Ik loop door de winkelstraat om mijn bestelling op te halen bij een winkel. De tranen lopen over mijn wangen. Ik voel me al bij de eerste stappen intens verdrietig worden. De stilte, de leegte, de somberheid van al die lege winkels, een straat zonder winkelend publiek.

Ik passeer een vriendelijk glimlachende oudere man. Is dit voor wie we het allemaal doen? Krijgt hij een jaar of twee extra te leven, door alle coronamaatregelen?

Ik passeer een meisje in het zwart, donkere ogen, somber gezicht. Is zij degene die we opofferen? Is zij degene die zich voegt bij de 15% extra suïcides onder jongeren het afgelopen jaar?

Ik loop langs een winkelruit, waarachter een man staat die nietsziend voor zich uit staart Hij ligt ’s nachts wakker, omdat hij zijn rekeningen niet meer kan betalen na de zoveelste lockdown.

Ik zie een vrouw op een scootmobiel, mondkapje onder haar neus. Is zij degene die elke dag in angst leeft om corona te krijgen, bijna niet kan wachten tot ze haar vierde booster mag halen, maar wel elke dag een pakje sigaretten leeg rookt?

Ik haal een echtpaar in, hij met rollator. Zijn zij degenen die net een vriendin zonder vaccin, maar met testbewijs de deur hebben gewezen, terwijl de gevaxte vriend zonder zelftest gewoon binnen mocht komen? Waarom dit verschil? Waar zijn ze bang voor? Ze zijn toch driedubbel gevaccineerd? Het antwoord blijven ze mij schuldig. Ik loop door, want tegen zo’n sterke indoctrinatie en cognitieve dissonantie kan geen enkel argument, hoe goed ook, op.

En ik zie ook veel mensen niet. De vrouw bijvoorbeeld, die met haar 0-urencontract werkloos en zonder geld thuis zit vanwege de lockdown. Het beetje geld dat ze eerder bij elkaar sprokkelde, betekende net dat stukje extra waardoor het gezin niet elk dubbeltje tig keer om hoefde te draaien.

Ik mis de student die met zijn oproepcontract zijn studie probeerde te bekostigen, maar nu noodgedwongen extra geld leent om zijn kamer te kunnen blijven betalen. De rekening komt later, wanneer hij geen hypotheek kan krijgen en jarenlang zijn torenhoge studieschuld moet afbetalen. Opgebouwd tijdens een studie aan een universiteit, waar hij al twee jaar niet echt les krijgt, waardoor hij hopeloos achterloopt.

Ik passeer de winkel die op vrijwilligers draait, die nu zonder doel thuis zitten en gek worden van eenzaamheid, het gevoel hebben er niet meer toe te doen. Hun levens opnieuw uitgegumd.

Ik mis ook de mensen die door alle uitgestelde zorg het einde van het jaar niet haalden en halverwege gestorven zijn. Coronapatiënten waren belangrijker. Waarom is Nederland ondanks alle rijkdom niet in staat om beide groepen de zorg te geven die ze verdienen?

Ik kom aan het einde van de straat en vraag me af voor wie we het nou eigenlijk allemaal zo doen? En ten koste van wat? Hoeveel gezonde jaren mag je opofferen, om één ongezond jaar te redden? Hoeveel mensenlevens mag je kapot maken, om er ééntje te helen? En hoe lang mag je daar ongestraft mee door gaan?

Er is niemand die me antwoordt. Ik draai me om en ga naar huis. Intens verdrietig doe ik mijn gordijnen dicht, om de buitenwereld buiten te sluiten. Ik kan alle pijn en verdriet niet meer verdragen.

Advertentie